57

SCHAAKBOEKEN Empusion van Olga Tokarczuk een fragment Nobelprijswinnares Olga Tokarczuk schreef in 2022 de roman: Empuzjon – Horror przyrodoleczniczy (letterlijk vertaald: Empusion - een natuurgeneeskundig griezelverhaal). Door Adrie Pancras In 2023 verscheen de Nederlandse vertaling gemaakt door Karol Lesman. Met mondelinge toestemming van de vertaler publiceren wij onderstaand schaakfragment. Karol is in Haarlemse schaakkringen bekend vanwege zijn regelmatig deelname aan het Kennemer Open en aan het vroegere BDO-toernooi. Het fragment speelt zich af aan het begin van de 20e eeuw waarin student Mieczyslaw Wojnicz terugblikt op zijn jeugd. Ze probeerden wat te schaken, maar dat ging hen al gauw vervelen. Wojnicz hield trouwens niet van schaken. Zijn vader had hem er te vaak mee vermoeid. Die rekende er vast op dat het leren van het schaakspel het recalcitrante, mistige, diffuse brein van Mieczys zou kunnen ordenen. Geschaakt werd er immers aan het hof, en de keizer zelf was zeer te spreken over dit spel. Het was amusement voor mannen van goede komaf. En het was een spel waarvoor je intelligentie en de vaardigheid om vooruit te zien nodig had. Het zich volgens de spelregels bewegen over het schaakbord zou een zeker automatisme introduceren in het leven van zijn zoon, dat de wereld veilig, ja, zelfs vriendelijk zou maken, zo meende January. Ze gingen elke dag na het middageten aan tafel zitten, juist wanneer het lichaam bezig was met verteren en overvallen werd door een lichte middagslaperigheid; ze stelden de schaakstukken op en zijn vader liet Vertaler Karol Lesman Mieczyslaw altijd de eerste zet doen. Als de kleine jongen een fout maakte, kwam hij naar zijn kant gelopen, ging achter hem staan en probeerde de aandacht van het kind te vestigen op het causale verband in de keten van potentiële zetten. Maar als Mieczys koppig was of ‘bot’, zoals zijn vader placht te zeggen, liet deze laatste zich leiden door zijn woede, liep de kamer uit om een sigaar te gaan roken en moest zijn zoon net zolang aan het schaakbord blijven zitten tot hij een zinnige verdediging of aanval had bedacht. De kleine Mieczyslaw Wojnicz begreep de spelregels en was in staat een heleboel te voorzien, maar eerlijk gezegd interesseerde hem dat maar weinig. Zetten doen volgens de spelregels en streven naar het verslaan van de tegenstander leken hem slechts twee van de mogelijkheden om de stukken te gebruiken. Hij gaf er de voorkeur aan om weg te dromen en in het schaakbord een ruimte te zien waarin zich de lotgevallen afspeelden van de ongelukkige pionnen en de andere stukken, die hij als personages zag die met elkaar of tegen elkaar allerlei gecompliceerde intriges sponnen en in de meest uiteenlo pende relaties tot elkaar stonden. Hij vond het zonde om hun activiteiten te beperken tot het geruite bord, hen over te leveren aan een formeel amusement volgens strikte regels. Dus zo gauw als zijn vader zijn interesse verloor en zich met belangrijker zaken ging bemoeien, nam Mieczyslaw de schaakstukken mee naar de steppen van het tapijt en de bergen van de fauteuils waar zij hun zaken regelden, op reis gingen, keukens, huizen en paleizen inrichtten. Ten slotte werd vaders asbak een boot en werden zijn penhouders roeispanen, terwijl onder een stoel het interieur van een kathedraal verscheen, waar juist de huwelijksinzegening plaatsvond van twee koninginnen, een zwarte en een witte. Te midden van dit schaakvolk identificeerde hij zich altijd met het paard, het paard bracht nieuws over, verzoende de in onmin geraakten, organiseerde de provisie tijdens tochten of waarschuwde voor dreigend gevaar (de binnenkomst van Jó zef, het reinigen van het tapijt, de roep om te komen eten). En als hij daarna berispt werd door zijn vader en voor straf zonder eten naar zijn kamer werd gestuurd, begaf hij zich daarheen met de waardigheid van het paard: twee stappen naar voren en één opzij. HWP Haarlem Jaarboek 2024/2025 57

58 Publizr Home


You need flash player to view this online publication