33

tweeling te verwekken. Toen Spassky - begeleid door Petrosian - een jaar na IJsland in 1973 op het dertiende IBM toernooi in Amsterdam arriveerde, was de belangstelling enorm. Hoe zou de onttroonde wereldkampioen zich weren in een nieuwe confrontatie met de wereldtop? Al gauw werd duidelijk dat Spassky wel wilde schaken, maar dat zijn belangstelling toch vooral uitging naar de tennisbanen in Buitenveldert. Hij won vier partijen, schoof er tien remise en verloor één partij. Die ene verliespartij werd in Nederland als een overwinning gevierd. Het was onze nationale trots Jan-Hein Donner, die de oud-wereldkampioen een vol punt ontfutselde. En dat gebeurde ook nog onder het toeziend oog van de vader van Jan-Hein, de oud-minister van Justitie Jan Donner. De 82-jarige Jan Donner bezocht voor het eerst een schaakwedstrijd van zijn zoon en hij was aangenaam verrast toen hij het enfant terrible van de familie dolgelukkig achter het schaakbord aantrof. Achter de schermen van het IBM-toernooi was er inmiddels een verwoede strijd gaande. Welke journalist zou er in slagen om Spassky na zijn echec in Reykjavik aan de praat te krijgen? Tot dusver was dat niemand gelukt. Als Spassky al kon worden benaderd, verwees hij naar Petrosian en die volstond met een simpel “njet”. Ook Huub Elzerman moest op de redactie van Trouw – waar hij toen werkte - melden dat hij niet eens in de buurt van Spassky kon komen. Laat staan een gesprek voeren. In het Amsterdamse journalistencafé Hoppe volgt er krijgsberaad. Hoe krijgen we Spassky aan de praat? “Door mij”, antwoordt zijn echtgenote Petra van Seventer. “Ik wil wel een poging doen”. Kan dat wel? Staat Spassky niet bekend als een versierder? “Laat dat maar aan mij over. Dat komt wel in orde”. Vervolgens stelt zij zich op in de wandelgangen van het IBM-toernooi in de RAI. In de hoop uiteraard dat Spassky voorbijloopt. Er doet zich pas een kans voor als een van de jongens, die de schaakzetten van de speelzaal naar de commentatoren brengen, bereid is om te helpen. Hij attendeert Spassky op de jonge verslaggeefster die al uren staat te wachten op een gelegenheid om hem aan te spreken. Spassky loopt op haar toe en vraagt wat zij wil. “Een interview? Nee, geen sprake van. Ik wil het zeker niet over IJsland hebben en ook niet over mijzelf. Maar heb je al gegeten?” vraagt hij. Helaas is zijn tijd beperkt want hij wil niet al te lang verdwijnen onder de radar van Petrosian. “Mijn bewaker”, grinnikt hij. Boris Spassky groeit als kind van gescheiden ouders op in Leningrad, waar hij al snel wordt ontdekt als een groot talent. Vanaf zijn negende speelt hij professioneel schaak, op zijn elfde krijgt hij een toelage van de staat, waarmee hij als kostwinner zijn invalide moeder kan onderhouden. Volgens zijn verhaal ging het van het allereerste begin al fout met zijn opvoeding dan wel onderwijs dat hem van staatswege werd gegeven. “Opgedrongen”, verduidelijkt hij. “Mijn begeleiders en dat begon al met mijn eerste coach, Vladimir Zak, hebben mij laten schaken, schaken en nog eens schaken. Petra van Seventer in 1973 Zo belanden zij in het restaurant Faust in de Scheldestraat. Haar echtgenoot eet bij de chinees ernaast en hij spoedt zich snel naar hun woning om de hoek in de Churchilllaan. Even later gaat daar de bel. “My name is Spassky,” zegt Spassky geheel ten overvloede. Eenmaal binnen: Koffie? Nee, whisky. Spassky is net zo nieuwsgierig als zijn gastheer en vrouw. Hoe kom je aan een huis in Amsterdam? Is dat duur? Hoe word je hier journalist? Hoe kennen jullie elkaar? Hoe je in Rusland schaker wordt? Het is achteraf eigenlijk de enige vraag waarop hij antwoord geeft. Pas later kwamen er Engels en journalistiek bij. Engels omdat ik ooit in het buitenland zou moeten spelen en journalistiek omdat ik een stukje over schaken moet kunnen schrijven. Ik ben volkomen eenzijdig opgevoed, ik heb volkomen eenzijdig onderwijs gekregen. Ik heb nu als volwassen man een zeer beperkte algemene ontwikkeling. Ik weet van een heleboel vakken, die andere kinderen wel hebben gekregen, helemaal niets. Ja, ik heb journalistiek gestudeerd en in die opleiding wordt aandacht besteed aan de geschiedenis van de Sovjet-Unie, maar in de Sovjet-Unie is geschiedenis een opeenstapeling van communistische doctrines. Van de misdragingen van de bolsjewieken hoor je niets. Alles staat ten dienste van het communisme. Schaken ook. Zijn eerste schaaktrainer Vladimir Zak leerde hij in 1945 kennen in het Paleis der Pioniers in Leningrad. Toen waren Kortsnoi en Spassky zijn bekendste leerlingen. Er zouden nog vele ‘ Ik ben volkomen eenzijdig opgevoed, ik heb volkomen eenzijdig onderwijs gekregen’ toptalenten volgen. Zak staat te boek als een van de belangrijkste coaches van de Sovjet-Unie, maar ook als een moeilijke man. Spassky heeft later een vergoelijkende opmerking over hem gemaakt. Vladimir Zak was niet zozeer een moeilijke persoon, als wel een man van principes. Vladimir Zak (1913-1994) Dat neemt niet weg dat veel pupillen bang voor hem waren omdat hij fouten streng strafte. Genna Sosonko - ook één van de leerlingen - bevestigde dat beeld later nog eens: Zak was lastig omdat hij een moeilijk karakter had. Spassky omschrijft zijn verblijf in het Paleis der Pioniers als kil en eenzaam. Zak was ontzet toen Spassky hem inruilde voor de volgende trainer: Alexander Tolush. Of hij daarmee van de regen in de drup kwam, is een andere kwestie. Tolush noemde Spasski lastig en moeilijk in de omgang. Spassky vond op zijn beurt dat Tolush zich vaak door diens overmatige drankgebruik irritant, bot en kortaf gedroeg. Alexander Tolush (1910-1969) Bovendien hield hij hem verantwoordelijk voor het eenzijdige onderwijs dat hij kreeg voorgeschoteld. Niettemin gaf Spassky > HWP Haarlem Jaarboek 2024/2025 33

34 Publizr Home


You need flash player to view this online publication