Viktor Kortsnoi In 1998 bestond HWP 60 jaar. Het lukte ons om Viktor Kortsnoi te contracteren voor een simultaan op een donderdagavond in de Sociëteit. De volgende dag zou hij doorreizen in de auto van mijn vader naar Vlissingen. Op de bewuste donderdagmiddag wachten wij (ik en mijn vader) op Kortsnoi. Locatie: ontvangsthal Schiphol. Daar stond toevallig ook Jan van Dorsselaer van VHS die zijn dochter ophaalde. Kortsnoi kwam door de douane, ontweek mijn uitgestoken hand en gaf Jan de hand met de woorden: “I don’t know him, but I know you!” Jan legde aan hem hij uit dat de heren Pancras hem afhaalden en naar het Hotel in Haarlem zouden brengen. Hoe kende Kortsnoi Jan? Dat hoorden we later. In 1976 vroeg Kortsnoi politiek asiel aan in Nederland. Vanaf dat moment hielp Jan hem gedurende enkele jaren met van alles aangezien Kortsnoi de Engelse taal in die tijd amper machtig was. Zo kon Kortsnoi simultaans geven, woonruimte hebben en met andere zaken hielp Jan hem totdat deze verhuisde naar Zwitserland. Richard Duijn over Jan van Dorsselaer: “Als jong schakertje van een jaar of 13 of 14 leerde ik Jan van Dorsselaer midden jaren ’80 kennen bij het toenmalige VHS. We wisten dat hij ooit ook met een jonge Jan Timman had gewerkt en toen we hoorden dat hij de VHS-jeugd wilden trainen, sprongen we natuurlijk een gat in de lucht. De volgende intrigerende stelling is voor mij onlosmakelijk met van Dorsselaer verbonden. Wit is aan zet: De stelling was ook aan de jonge Timman voorgelegd, vertelde Van Dorsselaer ons, en de vraag luidt wie deze stelling zou winnen? Tegenwoordig pak je dan tablebase erbij en die vertelt exact wie er wint. Daar leer je natuurlijk niets van. Wij moesten uren aan de slag om de stelling te doorgronden. Probeer het maar eens uit te vogelen. In 1986 kwam Jans goede schaakvriend Hans Bouwmeester in Haarlem wonen. Hierdoor werd het Haarlemse schaakleven nieuw leven ingeblazen. VHS speelde indertijd in de 1e klasse KNSB en samen met Hans Bouwmeester wilde Jan VHS weer op de kaart zetten. Er werd een indrukwekkend team samengesteld met Hans Bouwmeester, Lex Jongsma, Theo van Scheltinga, Dick van Geet, Henk Bredewoud, Klaas Steijn, Rob Bertholee. Op voorspraak van Jan en Hans Bouwmeester kregen Frenk van Harreveld en ondergetekende de kans om op bord 9 en 10 plaats te nemen. Daarmee stond Jan van Dorsselaer met het vertrouwen dat hij ons gaf aan de wieg van een boost in onze schaak “carrière”. Jan was ongeveer een decennium lang mijn teamleider. Het mooiste vond ik altijd dat hij halverwege de wedstrijd niet over de stellingen begon, maar ons gerust stelde dat iedereen meer tijd op de klok had. Dat herhaalde Jan elke wedstrijd weer en dat gaf rust. Een andere mooie herinnering die ik deel met Jan gebeurde tijdens het AKN toernooi in 1999. Ik was goed uit de startblokken gekomen met 2 uit 2 en moest de 3e ronde tegen GM Mitkov. Het liep niet helemaal soepel, maar wist uiteindelijk een toreneindspel te bereiken dat nog wel remise te maken was. Rond zet 50 ziet de GM geen mogelijkheden meer en begint zetten te herhalen. Ik loop vrolijk genietend rond en maak met iedereen een praatje (what’s new). Jan kwam belerend naar me toe: “Ga nou eens zitten, je speelt tegen een GM”. Anderen die het gezien hadden vroegen wat er was. Ik weet niet meer tegen wie ik het zei: “Ik ga een geintje met Jan uithalen en ga 3x dezelfde stelling uit de weg, misschien sta ik wel beter.” 4 zetten later had ik gewonnen. Mijn enige overwinning op een GM ooit. De coaching van Jan had me dan toch weer op het goede pad gebracht. Dankjewel Jan!” Wat vindt Jan van HWP? Die vraag stelde ik hem en zijn antwoord was fijn te horen. HWP is altijd constant goed georganiseerd. Alhoewel er geen officiële gedragscode is, is er altijd goed en prettig gedrag van de leden. Dat stelt hij zeer op prijs. Bij andere verschillende verenigingen, waar hij lid was geweest, daar … maar voorbeelden liet ik hem niet noemen. Nog een dankwoord wilde hij Keizercompetitie. Jan speelt ook. Een partij is klaar en de spelers beginnen zachtjes maar hoorbaar te analyseren. Jan stapt erop af en vraagt gedecideerd of het wat zachter kan. Iets later is aan de andere kant van het zaaltje weer een partij klaar en de mannen praten nog wat na over het gespeelde. Jan gaat er weer naar toe. Na zijn derde ingrijpen doet hij zijn gehoorapparaat uit zijn oren. Daar had hij natuurlijk niet eerder aan gedacht. Dan is Jan zelf klaar met zijn partij en begint hardop na te praten met zijn tegenstander. De nog spelenden vragen Jan of het wat zachter kan, maar dat hoort hij vanzelfsprekend niet. Een week later. We zitten in de grote zaal. Iedereen speelt nog. Ik bespreek iets zachtjes met ‘ Vanaf dat moment hielp Jan Kortsnoi gedurende enkele jaren met van alles’ richten aan ….eh hoe heet die man ook alweer? Hij brengt me al het hele schaakseizoen met de auto naar de club en daarna weer thuis. “Pieter van het Oosten”, zeg ik. “Ja die, zo fijn dat die Pieter dat doet.” Het gehoorapparaat Nog een anekdote. We spelen met een tiental borden in de kleine zaal van de Sociëteit. Bas en Jan kijkt mij boos aan. We moeten stiller zijn. Ik maak het gebaar van oortjes uit. Hij lacht en legt zijn gehoorapparaat naast zijn bord. In alle rust wint hij die avond zijn partij. Een paar weken later. Zelfde verhaal. Weer maak ik het gebaar van oortjes uit. Hij gehoorzaamt direct en steekt lachend twee vingers omhoog. Jan denkt, de oortjes liggen naast het bord. HWP Haarlem Jaarboek 2024/2025 53 FOTO: BAS KAMPS
54 Publizr Home