42

TOERNOOIEN Wijk aan Zee 2025 (vervolg) We gaan verder met Bas Kamps. “Tata”, ofwel: mijn eerste woordjes Deelnemen aan het Tata Chess Tournament vóór mijn zeventigste, werd opeens een doel. Talloze malen had ik het toernooi bezocht. Uren heb ik rondgehangen in de speelzaal, gapend naar schermen en naar de tronies van spelers. Magnus Carlsen toen ie nog een groeispurt moest maken, 13 jaar was hij toen ik hem voor het eerst zag. Talloos veel keren bezocht ik de explicaties van de grootmeesters. In steeds weer andere zalen tot in Heliomare aan toe. Met een voorliefde voor de Hansen. Met name voor Hans Ree en ook wel voor het tomeloze esprit van Hans Böhm. Een enkele keer won ik een prijsje omdat ik min of meer toevallig een goede zet de zaal in riep. Zo heb ik nog steeds een heel handig meetlint met waterpas en geeltjes om de maten te noteren. Ik heb vrienden, ook niet-schakers, meegenomen naar de speelzaal om het wonder van zoveel concentratie in één zaal te ervaren. Maar nooit had ik zelf meegedaan. Eerst: geen tijd, daarna andere smoezen en uitvluchten. Maar in dit heilig jaar moest het er maar eens van komen. In de miezerige regen reed ik onder een van de viaducten op weg naar het toernooi. Aan het viaduct was een grote banner gebonden met de aankondiging van het schaaktoernooi. Toen ik dat zag, voelde ik me opeens verbonden met het evenement en me opgenomen in een belangrijke, omvattende traditie. Iets dat groter is dan jezelf. Opgewekt en vol verwachting betrad ik de toernooizaal. De eerste partij was even wennen. Vooral ook omdat mijn tegenstander begon met 1. b3 en ik opeens geen flauw idee had wat hierop mijn antwoord zou kunnen zijn. De hele partij had ik het gevoel het schaakspel met elke zet opnieuw te moeten uitvinden. Gelukkig kwamen de ideeën redelijk vlot en speelde het, als het ware, vanzelf. Na een hoop geruil bood ik op de 22ste zet remise aan, hij wilde nog even verder spelen maar vervolgens bood hij op de 28ste zet zelf remise aan. Omdat hij een dubbelpion had, heb ik er nog ruim 5 minuten over nagedacht. Ik kon echter geen goed winstpad vinden, en ik had geen zin om tot zeven uur ’s avonds te ploeteren en berustte toen maar in remise. en g5 (Andersom gaat het ook: 28. … - g5 29. Kxg5 - Lxe5. Als alternatief is er: 28 … - d4 met complicaties die ik niet helemaal kon doorgronden. Ik had probleemloos kunnen doorspelen. Maar ik was blij met een halfje om te starten. In de tweede partij mocht ik, weer met zwart, aantreden tegen Ad Hendrikse, een bekende Haarlemse schaker, hij speelt al sinds zijn jeugd (sinds zijn 13de vertrouwde hij me toe) mee op het Hoogovenstoernooi. Bij het levend schaakspel met Loek van Wely en Tex de Wit was hij de vrolijke en ontspannen ceremoniemeester. Goeie schaker. De stelling na de 25ste wit: h3. zet van De stelling na de 14de Dxe3. zet van wit: Slotstelling na de 28ste wit: Kf4 Bas in gesprek met toeschouwer Huub Elzerman zet van Of ziet u nog iets? De computer stelt voor 28 … - Lxe5, 29. Lxe5 42 HWP Haarlem Jaarboek 2024/2025 Ik had de openingsfase goed doorstaan en de partij was in een rustig middenspel beland. Een voordeeltje is, dat ik het loperpaar heb. Ik was redelijk tevreden over de stelling. De regel is natuurlijk dat je niet vrijwillig je loperpaar opgeeft en dat het niet verstandig is om je gefianchetteerde loper te ruilen, dat geeft immers lelijke gaten in de zwarte koningsstelling. En wat deed ik, verrassenderwijze: juist dat. 14. … - Lxc3 15. bxc3 - Le6. Ik meende een langetermijn voordeel over de c-lijn te zien. Ik kon heel lang drukken op de zwakte van de zwarte dubbelpion, zo meende ik. Die verwachting pakte niet verkeerd uit, mede omdat Ad aan de dubbelpion bleef kleven. Door creatief verdedigen kon hij echter steeds pionverlies voorkomen maar daardoor hij kwam wel heel passief te staan. Ik had nu de druk op de c-pion verder kunnen verhogen door met 25. … - Dd4 de arme witte pion voor een vierde keer aan te vallen. Maar nu alles zo vaststaat op de ene vleugel besloot ik mijn geluk op de andere vleugel te gaan beproeven. Strategisch was ik tevreden dat ik zo lang de spanning in de stelling kon vasthouden. Er waren allerlei manieren om eerder een pion te winnen en daarna om er een paar te ruilen, maar dat zou alleen wit ten goede komen en de remisemarge vergroten. De spanning vasthouden bleek een goede strategie. Ik speelde 25. … - Dg5, waarna volgde: 26. Le2 - Df4 27. f3 - Dg3 waarna ik de pion op h3 kon winnen. Dat bleek voldoende. Toen ik op de 38ste zet met … - g5 kon oprukken met de koningspionnen, vond Ad het welletjes geweest. Mijn eerste overwinning op Tata! In de derde partij had ik eindelijk wit, tegen Christiaan Houpst, een stevige, fraai getatoeëerde, Fries, die ik eerder trof bij een rapidpartijtje op het Bomanstoernooi. Eerder die dag had ik een kies laten trekken. Bij de aanvang van de partij trok de verdoving langzaam via de wangen weg, kon ik weer iets drinken zonder te morsen en voelde ik het enorme gat in de bovenkaak. Dat gaf wel wat afleiding tijdens de partij. Het werd even spannend toen Christiaan agressief g5 speelde en ik erg moest oppassen dat er geen pionnenstorm op mijn koningsstelling zou losbarsten. Ik besloot tot een venijnige FOTO: WILLEM DE RUIG

43 Publizr Home


You need flash player to view this online publication