en de bureaucraat Botwinnik niet boterde, ligt nogal voor de hand. In Amsterdam is daarvan de echo nog te beluisteren: “Hij drukte altijd zijn zin door. Hij was ten onrechte van mening zijn schaakmethode onaantastbaar was en hij gedroeg zich als een echte communistische apparatsjik, als een spin in het web van het Russische schaakleven”. De laatste die Spassky noemt is Nikolai Krogius, ook een van de voorzitters van de Russische Schaakfederatie en tevens sportpsycholoog. Zijn opdracht tijdens ’de match van de eeuw’ was niet zozeer aandacht te besteden aan Spassky, maar zich vooral te verdiepen in de psyche van Fischer. Het heeft weinig geholpen. Ook Krogius verdween na Reykjavik uit beeld. “Hou jij van schaken?” vraagt Spassky aan Petra. “Nee, ik schaak niet”. “Dat is maar goed ook”, antwoordt onze bijzondere gast. “Vrouwen zijn niet geschikt voor het schaakspel. Het is te agressief, het is een slopend, hard bestaan. Als ik schaak dan is het alsof er in mijn hoofd twee miauwende katten rondlopen. Ik had graag naast het schaken een vak geleerd. Ingenieur geworden net als mijn vader, maar het is me nooit gegund. Zij hebben mij zonder pardon in hun mal geperst”. Wij hebben nu vijftig jaar op afstand de bewegingen van onze favoriete Rus gevolgd. Zijn gevecht om zijn positie in de wereldtop van het schaken vast te houden, zijn tweede krachtmeting met Bobby Fischer in 1992, zijn entree in de Franse schaakcompetitie. Er komt nog een bericht voorbij waaruit blijkt dat hij op de Franse camping La Rochade zijn gewicht in wijn heeft gewonnen. Dan komen de herseninfarcten, de neergang en zijn met geheimzinnigheid omgeven terugkeer naar Moskou. Tot slot lezen we gelaten zijn laatste citaat: “Ik bereid mij niet meer voor op schaken. Ik bereid mij voor op de dood. Dat is een lang en moeilijk eindspel”. Vijf vragen aan Jan Paul Franx Vertel iets over je sociale status; gezinssituatie, woonsituatie, e.d. Sinds 1996 woon ik samen met Liesbeth, mijn vrouw, in het mooie Kennemerland. Eerst in Heemstede en sinds 2005 in Haarlem. Onze drie kinderen (leeftijd 25, 29 en 31) zijn al geruime tijd uitgevlogen. Voordat wij naar het Kennemerland kwamen, woonden wij jarenlang in Amsterdam, mijn geboortestad, en een paar jaar in Breda. Het “afkicken” van Amsterdam heeft een paar jaar geduurd, maar ik zou nu niet meer terug willen, het bevalt ons uitstekend in Haarlem. Ik heb in de jaren ‘70/’80 rechten gestudeerd aan de VU. Tijdens mijn school- en studietijd heb ik gespeeld bij Zukertort Amstelveen, dat toen in opkomst was. Op mijn school in Amstelveen was een actief schaakleven, waarbij ik als speler en organisator betrokken was. Het schoolteam hoorde tot de vijf sterkste van Nederland. Na mijn rechtenstudie ben ik advocaat geworden aan een kantoor dat eerst op een prachtige plek in het centrum zat. Maar na een jaar of vijf verhuisden veel kantoren naar de Zuidas, helaas ook mijn kantoor. Al snel was het werk als advocaat niet goed meer te combineren met het spelen van een lange schaakpartij in de avonduren. Ik had meer behoefte aan compensatie in de vorm van voetbal en tennis. Het schaken heb ik toen aan de wilgen gehangen. Toen ik in oktober 2024 als nieuw lid van HWP mijn eerste interne partij (tegen Huub Elzerman) speelde, was dit voor het eerst sinds ca. 40 jaar dat ik weer met een notatieboekje achter het bord zat. Dat was spannend, maar de eerste gewenningsfase is inmiddels achter de rug. Het bevalt mij heel goed bij de club! Wat doe je / deed je in je werkzame leven? Ik ben een kleine 40 jaar advocaat geweest, eerst bij een groot kantoor in Amsterdam en de laatste 11 jaar bij een klein kantoor waarvan ik een van de oprichters ben. Ik hoor nog tot de generatie advocaten die in de volle breedte zijn opgeleid, van strafrecht tot arbeidsrecht tot commercieel, maar heb mij uiteindelijk gespecialiseerd in het bedrijfs-/ondernemingsrecht. In 2017 ben ik (op late leeftijd …) gepromoveerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, “De Kuip” van de wetenschap. Ik hoop dat mijn relatie met Willem de Ruig, als hij dit leest, enigszins verbetert. In de zomer van 2024, ongeveer toen ik lid werd van HWP, heb ik de praktijk neergelegd, ik werd toen 65. Er zijn nog wel enkele juridische bezigheden overgebleven (een bescheiden docentschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, een enkele publicatie in de vakbladen), maar momenteel heeft het freewheelen voorrang en ook het schaken uiteraard. Het besef dat ik de oude liefde weer heb opgepakt doet mij veel goed. Wat zijn naast het schaken jouw andere interesses, liefhebberijen en/of hobby’s? Ongeveer 40 jaar lang heb ik gevoetbald bij diverse clubs, als laatste bij HFC in Haarlem. Op mijn 48ste ben ik daarmee gestopt en heb ik mijn KNSB-scheidsrechters diploma gehaald. Ik ben toen wedstrijden van mijn zoons gaan fluiten. Daarnaast tennis ik en heb ik mij steeds meer ontwikkeld tot een lange afstandswandelaar. Vooral in Engeland en Schotland is dat een fantastische bezigheid, vanwege de grote keuze aan lange afstandsroutes. ‘As we speak’ ben ik net terug van het lopen van de St Cuthbert’s Way, een soort pelgrimsroute rond de SchotsEngelse grens die eindigt op Holy Island in de Noordzee. Wat is je favoriete muziek, boek, film, museum of iets dergelijks? Het is moeilijk om favorieten aan te wijzen, maar laat ik het houden bij twee guilty pleasures: de James Bond films en de BBC serie van alweer zo’n 20 jaar geleden over Judge John Deed, een Engelse rechter van bepaald niet onbesproken gedrag met een groot gevoel voor (Engelse) humor. Van beide heb ik de complete DVD-verzameling, die inmiddels grijs is gedraaid. Beide zijn voor mij een probaat medicijn op labbekakkerige momenten. ‘ Het bevalt mij heel goed bij de club!’ HWP Haarlem Jaarboek 2024/2025 35 FOTO: EDITH VAN PUTTEN
36 Publizr Home