33

IN MEMORIAM Mulisch en Reve zeer goed. Van kletspraat en smalltalk hield hij niet, wel van een goed glas wijn (zowel rood als wit). IBM-toernooien Ik zag Jan Timman voor het eerst in de zomer van 1977 in de RAI in Amsterdam. Een engelachtige, dromerige jongeman met lang haar die een van de zestien deelnemers was aan het jaarlijks IBM-Schaaktoernooi. Ik was zeventien jaar, woonde in Oss en was in het voorjaar (eindelijk) lid geworden van de plaatselijke schaakclub. Maar schaken deed ik al een jaar of vijf zeer intensief sinds de beroemde WK-tweekamp Fischer-Spasski in 1972. Ik logeerde die zomer bij mijn oma in De Watergraafsmeer en ging elke dag kijken. Een wandeling van een half uur of een korte tramrit vanaf het Amstelstation naar de Glazen Zaal van de RAI op het Europaplein. ’s Avonds bij het avondeten vertelde ik mijn oma enthousiast wat ik allemaal had gezien en welke geheimzinnige zetten de grootmeesters nu weer hadden gedaan. Mijn grootmoeder lachte begripvol, zonder mijn fascinatie te doorgronden. Ik herinner mij nog dat Timman tijdens de partijen regelmatig liep te dollen met zijn vrienden Hans Böhm, Ulf Andersson en Eugenio Torre. The ‘Angry Young Men’, zoals ze in de wandelgangen heten (naar de Britse naoorlogse schrijversgroep). Timman speelde dat jaar geen rol van betekenis, hij eindigde in de middenmoot. Dat was een jaar later (1978) wel anders, toen hij het toernooi met overmacht won. Die zomer logeerde ik weer bij mijn oma en ging elke dag kijken bij de partijen en genoot van het commentaar in een belendend zaaltje van de RAI. Ik volg

34 Publizr Home


You need flash player to view this online publication