20

Schaken is wielrennen Hoe ik me in de interne ontpop tot een Raymond Poulidor Hij beheerste in de beginweek het nieuws over de Tour de France: Mathieu van der Poel. Vooral zijn vingerwijzing naar de hemel waar zijn grootvader momenteel verwijlt, maakte indruk, gevoegd natuurlijk bij zijn tranen. Tekst Enno Noordhoff Die opa is Raymond Poulidor en was een heel sterke wielrenner die echter nooit de gele trui heeft mogen dragen: hij werd altijd en overal tweede. En laat mij dat nu ook drie keer achter elkaar gebeuren: in de internes van 2017, ‘18 en ‘19 slaagde ik erin driemaal tweede te worden. Twee keer duidelijk achter Max Merbis en in de halverwege afgebroken competitie van 2019-’20 vrijwel gelijk met Collin Boelhouwer. Toch zit er sinds mijn schaakherintreding in 2013 permanent een stijgende lijn in: 8e-5e-5e4e-2e-2e-2e. Er is dus nog ruimte voor vooruitgang. Daarbij zij aangetekend dat Max en ik een soort tweestrijd uitvechten vergelijkbaar met die van Mathieu van der Poel en Wout van Aert, waarbij Max meer in het shirt van Mathieu figureert en ik in de ook niet geringe rol van Wout. Onze verschillen waren steeds opmerkelijk klein, slecht één keer zaten er nog twee finishers tussen ons, maar verder altijd maar eentje of geen eentje: in het seizoen 2013-’14 was Max nummer 6 ik volgde op 8 met gering verschil. In 2014’15 was het 4/5 en daarna 2/5, 2/4, 1/2, 1/2 met Max steeds als hoogste en in de afgebroken competitie in 2020 was ik 2 en Max 4. Eindelijk. De vraag die zich natuurlijk opwerpt is: blijf ik eeuwig een Raymond Poulidor of blijk ik toch een Zoetemelkje in me te hebben. Joop was ook heel vaak tweede, maar hij won de Tour de France in 1980, op vrij hoge fietsleeftijd (33 jaar oud). En Joop had natuurlijk al de ronde van Spanje in 1979 gewonnen en werd wereldkampioen op de weg in 1995. Wie weet wat er nog voor mij in ‘t vat zit tot mijn 85e verjaardag. Omdat er gewoonlijk weinig partijmateriaal van de interne gepubliceerd wordt, ben ik eens in mijn schaakarchief gedoken om wat leuke 20 HWP Haarlem Jaarboek 2020/2021 fragmentjes en/of partijen te herbeleven. Wat gebeurt er ongelooflijk veel in de interne, vooral de grootte van de blunders is imposant en wat komen herinneringen en droefheden weer bovendrijven. Zowel ten gunste als ten nadele. Wat te zeggen van het slot van mijn partij tegen René in ‘t Veld (gespeeld 12 december 2017): nemen, waar hij mij allang mat had kunnen zetten. Maar nu komt de zet van de eeuw: 29 De8??, waarna ik zo snel ik kon 29 .. Dg2 mat uitvoerde. Hoe kon René nou zo stom zijn? Simpel: hij dacht dat hij schaak gaf, de bedoeling was Df8+. Als René deze partij had gewonnen was hij tweede geworden en ik vierde, net andersom dus. Tegen Sjoerd van Raaij overkwam me een week later een vergelijkbaar mazzeltje, al leverde dat maar een halfje op: Stelling René i’tV-Enno na 28 .. Dd5! René staat nog steeds glad gewonnen, maar heeft het zichzelf onnodig moeilijk gemaakt door allerlei onbelangrijke pionnetjes mee te Stelling Sjoerd-Enno na 31 h4 Nadat eerst ik op -5 kwam te staan, is het nu +5 voor

21 Publizr Home


You need flash player to view this online publication